mijn leven op kantoor (2)

20 juli 2010 door Menno

Geschreven op 30 juni 2010, te Rotterdam.
Eens in de zoveel tijd komt er op de afdeling waar ik werk (verkeer en vervoer van de dS+V, gemeente Rotterdam) een blaadje uit voor en door de collega’s: de ontknoping. Voor de 52e editie die deze week uit kwam schreef ik dit stukje. Deel 2 van een serie.

Zo maar een maandag. Een soort droom.

Ik word wakker op Rotterdam Centraal omdat er iemand aan mijn schouder loopt te schudden. ‘Dit is Rotterdam’, zegt ie. Ik open mijn ogen, wil iets zeggen, maar weet niet wat. Dan pak ik mijn tas en strompel de trein uit. Het blijkt waar te zijn. Ik ben in Rotterdam, stad van mijn dromen!

Achter het centraal loop ik langs de fietsenrekken. Iemand heeft er een dikke witte streep omheen getrokken, die fel oplicht in de morgenzon. Het doet pijn aan mijn ogen. Ik denk aan helderwitte melk. Dan droom ik van een cappuccino met een witte schuimkraag. Na 5 minuten kom ik tot de conclusie dat mijn fiets toch aan de voorkant staat.

De mevrouw bij de koffiewinkel in Europoint weet gelukkig wat ik wil. ‘Cappuccino?’, vraagt ze. Ik knik. Gevoel van begrip. Op naar de 1e. Ik zoek een plek bij een plant. Koptelefoon met herrie af, her en der ‘hallo’ roepen, pc aan, zitten. Bureau op de goede hoogte. En een slok koffie. Zo! En nu iets doen.

Ik tik aan regionaal fietsbeleid. Jan Murk komt binnen. ‘Wat is dit?’, vraagt hij, en gaat naast mijn bureau staan. Hij zegt, ‘Dit is mijn bureau!’ Jaja, denk ik. Ik tik verder. De verwarring slaat nu toe bij Jan. Paniek! Tenslotte zoekt hij toch een ander bureau, schuin tegenover. Ik verzink langzaam weer in gedachten over kansen voor de fiets. Jan gaat koffie halen. Jeroen Huijts komt aanlopen. ‘Jan, ik wil eve… Oh, is Jan er niet?’ Verbaasde blik. Stef Baijense komt binnen. ‘Hallo Ja…’, zegt hij. En dan, ‘Oh, waar is Jan?’ Verwarring alom. Leve de flexplek!

Later die dag is het tijd voor visie. Diep denken dus. Bertus Postma zegt, ‘Waarom doen we dit op máándagmíddag?’ Diepe zucht. Tsja… Martin Guit schenkt zwarte koffie in. Ik denk aan het heelal. Buiten betrekt de hemel en wordt alles donker. Op de wolken wordt een grote V geprojecteerd. De V van Visie. Ik sta op en doe het raam open. De stad ligt aan mijn voeten als ik met opgeheven vuist wegvlieg om Rotterdam te redden. ‘Burger?!’, roep ik, ‘Burger, waar ben je?’

Als ik met een doffe klap tegen het West-Inn hotel aanvlieg schrik ik op. Ik zit blijkbaar weer achter mijn bureau. ‘Morgen zit ik daar, grrr…’, zegt Jan. Met opgetrokken wenkbrauwen loop ik naar de koffieautomaat. Een immer trouwe metgezel in zware tijden. Jaja. Wat een leven! Mijn leven op kantoor.

waarom steeds door?

29 mei 2010 door Menno

Soms denk ik: waarom opstaan? Waarom elke dag weer verder, en waar precies naar toe?

Maar blijven liggen trekt ook niet aan… Dus daar ga ik weer, de dag in, de wereld door, elke dag.

Wat meteen een drama!

Daarom bedacht ik laatst: ik koop een camera en fotografeer zo hier en daar eens dit of dat. Met als achterliggende vraag: waarom steeds door? Nu ik dan rondbanjer zo met die camera, denk ik soms meer: waarom eigenlijk niet? Zoveel is er te zien overal, en te doen, te zeggen, te beleven, te bezuren, te genieten, te betreuren, ik krijg het nogthans verschikkelijk druk! Voorlopig in ieder geval een dagelijks mirakel op een nieuwe kleine hoek van het internet:

www.whatkeepsmegoing.com

Al zal ik hier natuurlijk ook wel weer eens iets plaatsen, een nieuwe muziekfilm, of een mooi verzinsel over het een, of het ander, wie zal het zeggen, nou, die mag dat doen, maar niemand die het weet, haha!

Wordt vervolgt, met extra luchtige groeten, Menno.

rennen

21 mei 2010 door Menno

Voor de theaterfabriek (deeltijd theateropleiding die ik volg in Rotterdam) moest ik een essay schrijven over (onder andere) betekenisgeving in theater. Dat werd onderstaande tekst. Voor liefhebbers (-:.

“RENNEN, RENNEN, RENNEN!!!”

Essay voor de Theaterfabriek, 20 mei 2010.

De wereld.

Stilstand is achteruitgang. Visie is de vlucht vooruit. Op naar de betere toekomst!

Want alles moet beter. Meer winst, meer geld, meer kwaliteit, meer efficiëntie en meer samenwerking. En ook betere samenwerking, en betere scholen, betere gezondheidszorg, betere mensen. En dat moet vooral ook allemaal sneller dan voorheen. Want eerder, dat is voorbij en sneller is beter want hoe eerder hoe meer tijd voor meer winst en meer geld.

Ik ben in de schouwburg. Op het toneel staat een stellage, waarop 8 cellisten. Ze kijken uit over het toneel. Links en rechts van de vloer staan grote lichten. Verder niets. Dan trilt mijn buik van de zware bassen die Philip Glass uit de speakers laat blazen. De cellisten buigen hun hoofden en strijken over de snaren. Er schijnt licht over het toneel als een lange zwarte danser in sci-fi kleding in slow motion de vloer op rent. Hij rent bijna óver de top van zijn kunnen, met lange verende passen naar de andere kant. Elke stap is een avontuur. Er volgen anderen. Ze rennen allemaal vertraagd de vloer over, en lopen eenmaal aan de overzijde achter de stellage langs terug. Nog een keer. Conny Janssen is vet gaaf!1

Een paar weken eerder in dezelfde schouwburg zag ik de Kopergietery. Daar geen vertraging maar duisternis terwijl de jongens de vloer op lopen. Hier is het die Underworld de bassen uit de speakers laat blazen. Als het licht aan gaat rennen de jongers en groupe richting publiek. Ho! Daar keren ze resoluut om en lopen terug. En dan dat steeds opnieuw, minutenlang. Tot langzaam de opstelling verandert. Er volgt dynamiek, interactie. En telkens weer de beweging. Heen, en weer. Rennen. Nooit staan ze stil, die jongens.2

Snel naar een betere toekomst: vooruitgang. Rennen! Dat is hét paradigma van onze tijd. (Maar is er dan ooit een andere tijd geweest dan de onze? Verdorie, weg met die rebelse vraag!) Je zou denken, ja, maar, theater is toch net weer anders. Toch? Want theater is reflectief. Theater stelt vragen wanneer de wereld als in paniek doorijlt naar de toekomst. Theater staat stil waar mensen anders vluchtig zouden passeren, wil iets uitlichten, accentueren, perspectief geven. Temidden van de wereld in versnelling wil theater stil staan bij de betekenis van wat er zoal gebeurt.

Ja, dat is inderdaad anders dan meer geld, of angst voor een verminderde groei van winst. De zogenaamde recessie. Anders dan een blinde manie voor vooruitgang. Toch willen wij ook meer. Meer toeschouwers. Meer subsidie. Meer betekenis. En beter. Beter spel, betere tekst. Betere keuzen. Diep nadenken voor een betere kwaliteit. Zomaar de vloer op en doen waar je zin in hebt, dat heeft geen betekenis, en dus geen waarde. Hoe diep is de noodzaak tot nut in ons wezen dan doorgedrongen? Hoe sterk de overtuiging dat nut ook noodzaak is, en meer betekenis beter is dan minder? (Maar wie bepaalt dat dan, de mate van betekenis? Hallo, hou eens op!) Waar blijven we met onze reflectie op een maatschappij die altijd bezig is met vooruitgang, als we daar zelf voortdurend middenin zitten?

Rennen dus. Altijd vooruit. Op naar de betere toekomst! Toch biedt theater soms inzicht in de mate van blinde focus die onze omgeving heeft op vooruitgang. In de beschreven voorstellingen was rennen een teken voor de wereld die doorijlt naar…, maar in feit weet niemand waarnaartoe. Tegelijk is rennen op de vloer vaak een teken van de beweging van het leven, van begin tot eind. En met de dood als enige zekerheid rest de vraag waar de beweging ons zal brengen. Meer – en vooral op andere wijze – dan in lappen tekst kan soms die vraag gereflecteerd worden in bewegende beelden op de vloer. Juist de keuzen in de dynamiek geven een kijkje in de visie die een maker op dit vlak wil uitgedragen in een bepaald stuk.

Ook bij de afsluiting van het blok tekensystemen ben ik gefascineerd geweest door de mate waarin dynamiek sturend kan zijn in het overbrengen van visie op de toeschouwer. Geef je mensen de tijd, of blaas je ze uit hun stoel met een aaneenschakeling van theatrale verschrikkingen? Hoe varieer je in tempo om te sturen in de mate waarin de toeschouwer de kans krijgt te evalueren, te analyseren? Of kies je ervoor om maar wat aan te klooien? (Dat mag niet, foei! Hou eens je mond ja.) Breng je zo je toeschouwer in verwarring om haar dan de genadeklap toe te dienen? (Als het een keuze is mag alles, dat dan weer wel! Fijn.)

Visie. Het blijft de vlucht vooruit. Want betekenis ligt alleen in de toekomst, wanneer de ander de tijd neemt en diep nadenkt. Over de toekomst bijvoorbeeld. Maar wat is dat anders dan een pad naar het gewisse einde?

1Conny Janssen – Vuil & Glass, 20 februari 2010

2De Kopergietery – Rennen, 16 januari 2010

“durf”, temidden van de woestenij…

23 maart 2010 door Menno

silhouet van het hert producties

presenteert

een indelucht.nl muziekfilm

“de durf”

Silhouet van het hert producties presenteert een indelucht.nl muziekfilm: “de durf”. Soms kom je temidden van de woestenij der wereld ineens jezelf tegen. Of is het temidden van de woestenij van de gedachten in je kop? Een muziekfilm over de durf om op staan en op weg te gaan – maar waarnaartoe eigenlijk? Mede mogelijk gemaakt door Mokerslag Films.

Hildebrand en Freya

14 maart 2010 door Menno

Voor de theateropleiding die ik volg (theaterfabriek, zie www.rcth.nl) schreef ik van de week een plan om met 2 mensen in bewegingstheater iets te maken over samenzijn. Op een keer moet ik namelijk een soort stage lopen. Onder andere moet je bij het maken van zo’n plan nadenken over de “analyse van de personages”. Daarvoor schreef ik de volgende tekst.

Hildebrand en Freya zijn succesvolle werkende mensen met een carrière en een lease-auto. Ze wonen allebei alleen, in een prachtig appartement op de 27e verdieping van de Red Apple in Rotterdam. Maar wat doen ze als ze thuis op de bank zitten en het stil is omdat ze de tv net uit hebben gedaan? Gaan ze naar bed? Surfen op het internet op de e-dating? Of schuiven ze hun salontafel opzij, doen ze het licht uit en bewegen ze stiekem zoals ze zouden willen, terwijl niemand kijkt?

Hildebrand is onrustig, op zoek naar een toekomst met meer dan stropdassen met gekleurde streepjes. Freya wordt niet goed van vrienden die zich er zorgen om maken dat ze alleen is en mannen wiens ogen tijdens een gesprek telkens eventjes een graad of dertig naar beneden afdwalen.

Ze zijn niet op zoek want wie heeft er tijd om op zoek te zijn. Ze doen wat ze willen, hopen ze.
In de disco dansen ze dicht tegen elkaar aan. Point of contact. De een wil de ander, de ander de een.
En dan?

Frictie tussen twee lease auto’s, twee agenda’s, twee dromen, twee mensen.
Ze vechten zonder te slaan, verzetten zich tegen elkaar. Soms wint de een, dan de ander, tot ze moe zijn en na een tijd geven ze het op.

Hildebrand pakt zijn autosleutels van de tafel in de hal, sluipt op zijn tenen de gang door, en vlucht in zijn Audí V8 de stad uit. Zo zijn we niet getrouwd, denkt Freya als ze wakker wordt, en pakt haar verlaagde Honda Civic. Ze racen op de ruit[1], en schreeuwen naar elkaar door hun open en dicht schuivende elektrische ramen.

Op Shell station Portland, tussen Pendrecht en Rhoon, duwt Freya de Audí van Hildebrand de A15 af. Met rode hoofden staan ze daar tegenover elkaar. Buiten adem schreeuwt Hildebrand dat er nu godschristus een enorme kras in de lak van zijn Audí V8 zit. Freya geeft hem een klap in zijn gezicht met de achterkant van haar rechterhand. Dat doet pijn! Klootzak, schreeuwt ze, en draait zich om, om weg te scheuren in haar verlaagde Honda Civic. Hildebrand die met een kloppend rode wang opkijkt, voelt hoe de woede hem vervult en rent haar achterna. Hij duikt op haar af en samen smakken ze tegen de trottoirtegels. Ze rollen over de grond, slaan, bijten, schreeuwen. Freya krabt gaten in Hildebrands HugoBoss overhemd en Hildebrand trekt een scheur in Freya’s MarliesDekkers ondergoed.

Buiten adem liggen ze daar bij de Shell en kijken naar de wolken die hoog boven voorbij trekken. De blaadjes aan de bomen ruisen zachtjes in de wind.
Ze zoenen.
Ze dansen.

Dan stappen ze elk in hun eigen lease-auto en rijden weg.

Misschien zijn we gewoon klaar, met elkaar, denkt Hildebrand als hij later die dag met opgerolde broekspijpen in de zee staat en naar de schepen staart.


[1] Dat wil zeggen, de Ring Rotterdam.